Annelies Slabbynck & Maarten Stuer

Galerie De Mijlpaal, Heusden-Zolder
zondag, 6 mei 2007


Het zijn allebei vertellers. En vandaag, met mij erbij, zijn we met drieën. We hebben elkaar nooit eerder in deze combinatie ontmoet. En hun werken ademen nog maar sinds enkele dagen dezelfde gemeenschappelijke lucht. Ze staan hier - als bij toeval - samen in deze galerie. Met hun makers - Annelies Slabbynck (in gedachten) en Maarten Stuer (in levenden lijve) - erbij.
Er is ook publiek. U bent er. Dit is een bijzonder moment, je voelt het. Iedereen is stil. Of ten minste toch zo goed als. U luistert. Ik vertel u een verhaal…
Stel dat we straks samen achteroverliggend omhoog zouden kijken naar de nachtelijke hemel. Daar ligt het begin van alle verhalen, onder het uitspansel van een schare sterren die 's nachts al je zekerheden ontfutselt om ze dan - soms - aan je terug te bezorgen in de vorm van geloof. Zij die als eersten de sterrenbeelden construeerden en ze vervolgens benoemden waren de eerste vertellers. Het trekken van een denkbeeldige lijn tussen een groepje sterren verleende er een beeld en een identiteit aan. De aan die lijn geregen sterren waren als gebeurtenissen die door een verhaal met elkaar werden verbonden. De voorstelling van de sterren als beelden met een naam veranderde natuurlijk niets aan de sterren zelf. En evenmin veranderde er iets aan de duistere leegte eromheen. Wat erdoor veranderde was de manier waarop mensen de hemel en zichzelf voortaan zouden begrijpen.
We bevinden ons altijd tussen twee tijden: die van het lichaam en die van het bewustzijn. In feite bestaan er in de mens twee tijden naast elkaar. De tijd van het biologische organisme dat we zijn, waarin we worden verwekt, groeien, rijpen, ouder worden, sterven. De tijd van het lichaam is wat het is - het leven zelf - en begrijpt zichzelf. Dat is ook de reden waarom dieren geen filosofische problemen kennen. En ook geen symbolentaal of artistieke expressie. De tijd van het bewustzijn daarentegen geeft ons het besef sterfelijk te zijn, omdat we ons nú herkennen tussen een geleefd verleden en een nog te beleven toekomst. En tegelijk kunnen we ons door ons vermogen van het bewustzijn even buiten de tijd plaatsen en abstractie maken van alles wat bestaat en tijdelijk is.
Dus - zoals ik daarnet al zei - we bevinden altijd tussen twee tijden: die van het lichaam en die van het bewustzijn. Vandaar ook het onderscheid dat in haast alle culturen wordt gemaakt tussen lichaam en ziel. De ziel is vaak tijdloos, soms zelfs eeuwig, maar eerst en vooral de plek waar een andere tijdsorde heerst.
Hoe moet dat dan, die twee tijden in een mensenleven? Inderdaad, dat is de vraag. Al sinds mensenheugenis leggen we via verhalen verbanden, weven we onzichtbare draden van zinnen en woorden tussen de beleefde tijd boordevol gebeurtenissen en de tijdloze dimensie ervan. Verhalen verbinden ons met de Grote Beer of andere sterrenbeelden, die ons vluchtig tijdsbegrip en de anekdotiek van het geleefde leven overstijgen.
Het zijn allebei vertellers, Annelies Slabbynck en Maarten Stuer. Achteroverliggend kijken we omhoog naar wat er zich boven ons afspeelt. (Zij in China, hij hier, bij u en mij. Of speelt zich wat we zien allemaal af in ons bewustzijn?
Laat ik jullie een verhaal vertellen.

Enkele dagen terug lag ik ergens in de Ardennen lui onder een enorme, majestueuze beuk temidden van een heerlijk, godvergeten weiland. Hij stond daar al ruim een eeuw in alle stilte en eenvoud mooi te wezen. De zon glinsterde door zijn frisgroen gebladerte. Het was laat op de middag. Er hing een milde geur van jong loof.
Ik genoot voluit en bedacht hoe rijk ik wel was.
Gelukkig was ik niet alleen, al vergat ik in vervoering alles en iedereen.
Op weg terug bemerkte ik een kei in de rivier en nam die mee naar het hotel. De hele avond speelden mijn handen met de steen. Toen ik ging slapen, merkte ik hoe warm hij - misschien wel voor het eerst in zijn bestaan - was.
's Ochtends lag de kei in twee stukken langs mijn bed.
Was dit een teken? En zo ja, voor wie of wat?
Ik vergat het voorval, tot ik gisteren - even voor het slapengaan - begreep: zelfs een gespleten steen blijft met tweeën één.
We leven vandaag in het tijdperk van de historische voorlopigheid. We leven hier, nu, vol citaten, van ergens, ooit… Onze hedendaagse blik is gefragmenteerd, momentaan. Soms lijkt het wel of alles draait rond snelheid en inruilbaarheid. Het duurzame heeft in onze tijd geen gemeenschappelijke, openbare plaats meer. En de enige plek waar het unieke nog gedijt, is in ons hart. Toch voeden het duurzame en het unieke nog onverminderd ons vermogen te herinneren en te verlangen.
Annelies Slabbynck en Maarten Stuer vertellen ons in hun werk (elk op haar of zijn manier) voortdurend over het tijdloze. Alsof ze ons iets willen zeggen dat we alweer, allang vergeten zijn… Alsof ze ons bewust willen maken van een oude waarheid ín de dingen. Alles is veranderlijk, in beweging, en toch blijft alles zoals het is, onveranderlijk. Alles is er al, ook al moet het telkens weer aan de oppervlakte komen.
Hoe kan ik jullie duidelijk maken wat ik wil zeggen? Misschien moet ik weer een verhaal vertellen?
Vanochtend bevond ik me lange tijd in een toestand tussen slapen en waken. Van daaruit kon ik twee kanten op. Ik kon opnieuw wegzakken in een droom. Of ik kon ook mijn ogen openen en me vergewissen van mijn lijf, het schemerlicht in de kamer, de merel die al een tijdje bedrijvig was rond haar nest met jongen in de haag voor het raam.
Nu ik erover nadenk, tracht ik na te gaan wat deze toestand onderscheidde van het volledige wakker zijn. Er lag nog geen afstand tussen woord en betekenis. Alles lag nog open. Het leek wel het unieke, magische moment van de oorspronkelijke naamgeving. En van daaruit zag ik mezelf vóór de geboorte, zelfs meer dan negen maanden voor mijn geboorte. Het toekomstige leven in de moederschoot was misschien nog wel verder weg dan de dood op dit moment is.
De verwekking was een oproep om naar voren te treden, om vorm aan te nemen. Toch was dit eerdere bestaan vormloos, vaag en nog onbestemd. Ik was plaatsloos en zo onschuldig. Ik was tijdloos en zo onkwetsbaar. Maar ik voelde me - vreemd genoeg - ook volmaakt gelukkig.
Het enige beeld van dit geluk dat ik wat later mee kon smokkelen over de grens van het volledig ontwaken, was geen beeld van mezelf, want 'ik' bestond nog niet in die andere wereld. Er was nog geen sprake van mij, alsof ik nog één was met de materie waaruit ik zou voortkomen. Het was echter wel een beeld van iets dat aan mij verwant was. Het leek wel het platte oppervlak van een rots, een kei of een stuk steen waarover continu een huid van water stroomde.
Ja, Annelies en Maarten, we zijn allemaal vertellers. We trachten in beelden te spreken wat we niet met ons verstand kunnen vatten laat staan uitleggen. We zien verbanden waar er geen zijn en maken daardoor betekenis. We verwoorden wat anders onopgemerkt zou voorbijgaan en in het niets verdwijnen.
De materie is bezield. Dat wist de mens al van oudsher. We kunnen enkel uit de materie - dat wat ons gegeven is - halen wat er in zekere zin al in zit. We vinden dus niets uit, we ontdekken voortdurend… We hoeven aan de materie niets van bovenaf, rationeel, op te leggen. Als we met onze handen, ogen en harten naar haar luisteren, zal de materie ons haar vorm wel openbaren. Wij, mensen, zijn slechts bemiddelaars om te materie te laten spreken.
Jullie, beeldende kunstenaars, brengen die oeroude krachten ín de materie aan het licht. Met jullie werk maken jullie ons daarvan bewust. Jullie lijken wel 'groefgangers' die de tijdloze dimensie in de materie concreet en tastbaar aan de oppervlakte brengen. Jullie stellen een daad, laten de aarde paren met vuur, trekken een lijn, een groeve, een litteken… Er ontstaat verschil. En op dat moment ontwaakt ons diepmenselijk bewustzijn
Creativiteit is het zoeken naar evenwicht waar er geen is, het ontdekken van mogelijkheden in een onmogelijke wereld. De werkelijkheid wordt telkens weer uitgevonden door beeldspraak. En enkel 'zien' gaat kijken vooraf.
Stel dat we straks samen achteroverliggend omhoog zouden kijken naar de nachtelijke hemel. (Annelies in China, Maarten hier.) Wat zouden we elkaar dan vertellen?
Ik dank u voor uw aandacht.


Joris Capenberghs